
| Startpagina | Inhoudsopgave | Lezingen
| Uitgaven | Contact Alles wat onderstreept is bevat een koppeling. Voor een overzicht van de inhoud van deze internetpresentatie zie de Inhoudsopgave. Om te zoeken op deze pagina druk op Ctrl-F. Gebruik om te zoeken op de hele presentatie het zoekvenster onder aan de pagina. |
|||
| Op
deze webpagina houden wij u op de hoogte van de ontwikkelingen in
het onderzoek naar de geschiedenis van het Domplein en zijn
omgeving. Hieronder vindt u koppelingen naar onze eigen bijdragen aan dit onderzoek. De burcht Trecht ◄ Over de belangrijkste middeleeuwse burcht in de Noordelijke Nederlanden De eerste kerken ◄ Overzicht van de eerste kerken die er in de vroege middeleeuwen in Utrecht zijn gebouwd Van tempeltje tot kathedraal ◄ Romeinse en vroegmiddeleeuwse bouwresten onder het verdwenen schip van de domkerk De Karolingische domkerk ◄ Zijn de forse funderingen onder het verdwenen schip van de domkerk negende-, tiende- of elfde-eeuws? Bonifatius als bouwer van de Sint-Salvator ◄ Over de betekenis van Bonifatius voor de Utrechtse kerk De bouw van Utrechts eerste kerk en de vooringenomenheid van Bonifatius ◄ Reactie op een artikel van W.S. (Wolfert) van Egmond, dat impliciet kritiek op onze opvattingen levert De Heilig-Kruiskapel ◄ De tiende-eeuwse Heilig-Kruiskapel en haar relatie met Willibrord Geschiedvervalsing door het Utrechts domkapittel ◄ Over de vervalsingen die het Utrechts domkapittel pleegde om voor de moederkerk van Utrecht te kunnen doorgaan De oude en de nieuwe domtoren ◄ Over de situering van de oude en de nieuwe dom- of Sint-Maartenstoren Het bisschopshof in Utrecht. Bouwstenen voor de reconstructie ◄ Over het zuidwestelijk deel van de Utrechtse burcht Wed 3A-9 in Utrecht ◄ Over een gemeenschappelijk kapittelgebouw van Sint-Salvator of Oudmunster uit het begin van de dertiende eeuw De vicus Stathe ◄ Over de ligging van de belangrijkste middeleeuwse handelswijk van de stad Utrecht Het zogenaamde Utrechtse kerkenkruis ◄ Over de mythe van het Utrechts kerkenkruis De Sint-Paulusabdij en haar jurisdictie ◄ Over de rechtspraak die er in de middeleeuwen in en door de Utrechtse Sint-Paulusabdij werd uitgeoefend Een claustraal huis ◄ Over een claustraal huis van het kapittel van Sint-Jan in Utrecht Is meten altijd weten? ◄ Over de beperkingen van driedimensionale reconstructies van verdwenen historische bebouwing |
Op en rond het Domplein door Charlotte Broer en Martin de Bruijn Wanneer ons gevraagd zou worden naar het centrum van Nederland, dan zouden we zonder bedenken het Utrechtse Domplein aanwijzen. Hier immers bevond zich de Romeinse burcht die aan het eind van de zevende eeuw het missiecentrum van Willibrord werd waaruit later het bisdom Utrecht is ontstaan. Dit bisdom omvatte het grootste deel van het latere Nederland. Het strekte zich uit van Zeeuws-Vlaanderen in het zuidwesten tot aan Groningen in het noordoosten, en omvatte behalve de kustprovincies Friesland, Noord- en Zuid-Holland en Zeeland ook zo ongeveer het gebied van de landprovincies Drenthe, Overijssel, Gelderland en Utrecht. ![]() Het Utrechtse Domplein bleef niet alleen kerkelijk centrum. Vanaf de tiende eeuw werden de bisschoppen ingeschakeld bij het bestuur van het Heilige Roomse Rijk, dat aan zijn noordwestelijke grenzen het hele latere grondgebied van Nederland omvatte. Utrecht werd daarmee gedurende de Middeleeuwen verreweg de belangrijkste stad van de Noordelijke Nederlanden. Met de neergang van het Rijk, dat zich uitstrekte van Denemarken tot ver in Italië, verschoof het centrum in Utrecht geleidelijk naar Holland, waar de Hollandse graven de bisschoppen steeds meer in hun macht kregen. Nog altijd wordt in de hele wereld de benaming Holland ten onrechte ook voor heel Nederland gebruikt. Uiteindelijk is niet Utrecht de hoofdstad van Nederland geworden maar het Hollandse voormalige boeren- en vissersdorp Amsterdam. Al vanaf de jaren tachtig van de vorige eeuw hebben wij ons onder meer met de middeleeuwse geschiedenis van het Domplein en zijn omgeving beziggehouden. Dit heeft geresulteerd in een aantal publicaties. Hierin houden we steeds, ook bij detailonderzoeken, de gehele kerkelijke en wereldlijke ontwikkeling in het oog en maken we gebruik van het volledige bronnenmateriaal, zowel het historische als het archeologische. Voorts treden we in discussie met andere serieuze onderzoekers. Alleen zo kan op den duur een duidelijker en betrouwbaarder beeld van het middeleeuwse Utrecht ontstaan. Op deze internetpresentatie plaatsen wij een aantal bijdragen (zie de koppelingen hiernaast), waarin de relevante bronnen en publicaties worden vermeld, en houden wij u op de hoogte van de ontwikkelingen in het onderzoek. Omdat het bij de ligging en opeenvolging van de bebouwing op het Domplein om een complexe problematiek gaat, raden wij u aan hiervoor het op de webpagina De eerste kerken gegeven overzicht te raadplegen en af te drukken. Hieronder een samenvatting: |
||
![]() De teruggevonden grafsteen van de domvicaris Bertoldus ‘Ponc’. Waarschijnlijk moet dit zijn: Pont. Het verschil tussen een d en een t is vaak niet waarneembaar. In het begin van de veertiende eeuw was al een Bertoud Pont schepen van Utrecht, mogelijk zijn vader of grootvader. De tekst luidt: Hic sepultus est Bertoldus Pont, vicarius huius ecclesie, qui obiit Mo CCCo LXXXXVII die veneris post Epyphanie. De betekenis van de letters boven het afgebroken stuk is ons niet duidelijk. De vertaling van de leesbare tekst luidt: ‘Hier is begraven Bertoud Pont, vicaris van deze kerk, die stierf in 1397 op de vrijdag na de Verschijning (Driekoningen).’ De datum is 12 januari 1397. [1] De schepen Bertoud Pont komt bijvoorbeeld als zodanig voor in een oorkonde van 18 augustus 1307 (Het Utrechts Archief, Bij het stadsarchief bewaarde archieven I, nr. 387) en nog op 29 november 1330 (ald. nr. 1453). [3] ‘Kunsttocht naar Limburg’, in St. Bernulphus-Gilde Utrecht. Verslag 1888, 25-54, ald. 48, nt. 1. [4] Ald. 35, nt. 4. |
Laatste nieuws In augustus 2012 kreeg het Initiatief Domplein toestemming voor de uitvoering van de zogeheten Schatkamer Domplein II. Hiervoor dient opnieuw een deel van het Domplein te worden afgegraven. Voorafgaande aan de uitvoering zal er in de zomer van 2013 archeologisch onderzoek worden uitgevoerd, dat aanmerkelijk uitgebreider is dan dat van 2011. Behalve profielen zullen nu ook vlakken kunnen worden bekeken. Op 16 mei 2013 werd hiervoor het startsein gegeven met de presentatie van een grafvondst, die spectaculair en mysterieus wordt genoemd. Blijkens een persbericht van DeStadUtrecht betrof het een grafsteen ‒ elders in het bericht wordt gesproken van een muursteen ‒ van de veertiende-eeuwse domvicaris Bertoldus ‘Ponc’ en twee skeletten. In een ander persbericht van RTV Utrecht en op een daarbij behorend filmpje werd meer ‒ en voor een deel ook hiervan afwijkende ‒ informatie verstrekt. Bepaald komisch te noemen zijn bijvoorbeeld de tegenstrijdige berichten over wat de functie van vicaris eertijds inhield. ‘In het kerkelijk bestuur is de vicaris een belangrijk man en behoort tot de staf van de bisschop,’ zegt de website van het Initiatief Domplein. DeStadUtrecht noemt een vicaris de plaatsvervanger van de kanunniken die in de Middeleeuwen de domkerk bestuurden en RTV Utrecht houdt het erop dat een vicaris de plaatsvervanger van een bisschop is ‘in de Katholieke kerk’. In zijn algemeenheid kan men zeggen dat de vicarissen priesters waren die verschillende taken uitoefenden, waaronder het lezen van zielmissen aan altaren, waaraan inkomsten verbonden waren. Wanneer zij dit permanent deden, werden zij perpetuus vicarius of eeuwig vicaris genoemd. Samen vormden de domvicarissen een college, dat ‘de gemene vicarissen van de dom’ werd genoemd. Niet de vicarissen, zoals Initiatief Domplein stelt, waren betrokken bij het bestuur van het bisdom, maar de kanunniken. Dat de vicarissen als plaatsvervangers optraden van kanunniken, was bij het domkapittel al in 1333 afgeschaft, dat zij dit waren van de bisschop is onzin. Kortom, een beetje googelen is niet voldoende om de juiste betekenis in een specifieke situatie vast te stellen. Hier had wel wat meer vooronderzoek mogen worden verwacht van degenen die de vondst naar buiten brachten. Overigens was de oorspronkelijke betekenis van vicaris wel plaatsvervanger. Voor betrouwbare informatie over de betekenis van het begrip vicaris, met name bij de dom, zie vooral F. Rikhof, ‘Kapelanieën in de middeleeuwse Utrechtse Dom’, Jaarboek Oud-Utrecht 2006, m.n. 48 en 75 nt. 11 en 12, en A. de Groot, De Dom van Utrecht in de zestiende eeuw. Inrichting, decoratie en gebruik van de katholieke kathedraal (Utrecht 2011) 31-32. Overigen zijn we de naam Ponc, die volgens de archeologen op de grafsteen zou staan, bij ons Utrechts onderzoek nooit tegengekomen, wél Pont. Sterker nog, al in het begin van de veertiende eeuw was een Bertoud of Bartoud Pont schepen van Utrecht.[1] Aan te nemen valt dat het hier om de vader, grootvader of een oom van de vicaris ging. We treffen deze laatste Bertoldus of Bertoud Pont aan als eeuwig vicaris van de dom onder de getuigen bij de eedaflegging van bisschop Florens van Wevelinghoven op 22 oktober 1379.[2] Bovendien wordt al in 1356 een Bartoldus (Pont) de Traiecto vermeld als kanunnik van Sint-Odiliënberg.[3] Zoals bekend was steeds een Utrechtse domkanunnik proost van deze plaats bij Roermond, waar in de negende eeuw de Utrechtse geestelijkheid een toevluchtsoord had gevonden na haar vlucht voor de Noormannen. De proost kon er de kanunniken en andere geestelijken aanstellen. In 1356 werd de functie van proost van Odiliënberg uitgeoefend door de Utrechtse domkanunnik Nicolaas van Dordrecht en in 1361 door zijn collega Hugo Vustinc.[4] Het is met dit alles zeer aannemelijk dat de naam op de grafsteen niet Ponc is, maar Pont moet zijn. Bovendien is wel duidelijk dat de vondst van zijn grafsteen noch mysterieus noch spectaculair is, zoals de Utrechtse archeologen willen. Op en rond het Domplein liggen honderden geestelijken van de Utrechtse kerk begraven en wanneer er opgravingen plaatsvinden zullen er ook grafstenen gevonden worden. |
||
Op de achtergrond een deel van de fundering van de noordelijke arm van de tiende-eeuwse Heilig-Kruiskapel. Vooraan tufstenen muurwerk van waarschijnlijk het ‒ al dan niet verbouwde ‒ Romeinse hoofdgebouw. Foto: M.W.J. de Bruijn 2 juni 2013. |
Op 2 juni
hebben we de opgraving voor het eerst bezocht. Wat ons
verbaasde was de omvang van de put, veel groter dan in 2011. Aan de
zuidkant is zelfs de oostelijke arm van de tiende-eeuwse Heilig-Kruiskapel weer in zicht
gekomen. Dit betekent dat de opgraving zich uitstrekt tot op het
terrein van het vroegere kapittel van Sint-Salvator en Oudmunster en
dat hiermee ook de Romeinse oost-west lopende via principalis doorsneden
wordt. De eerste
dom- of Sint-Maartenskerken bevonden zich ten noorden van deze weg,
de
Sint-Salvatorskerken ten zuiden ervan. Ook in oostelijke richting is de put veel omvangrijker dan die van 2011. Er kan dus een groter deel van het verdwenen schip van de dom worden bekeken. Wellicht wordt hiermee bijvoorbeeld ook meer duidelijk over het westwerk van de Romaanse dom en het al dan niet aanwezig zijn van een atrium (zie hierover de webpagina Is meten altijd weten?) De Utrechtse stadsarcheoloog Herre Wynia neemt aan de westzijde van de opgravingsput funderingsresten in ogenschouw, die waarschijnlijk toebehoorden aan de dom van Adelbold, gebouwd tussen 1017 en 1023. Op de voorgrond de bovenzijde van een pijler van de gotische dom. Foto: M.W.J. de Bruijn 2 juni 2013. Vanzelfsprekend zien we met spanning het verloop en vooral de aangekondigde uitwerking van een en ander tegemoet. Al moet je daar in Utrecht vaak heel erg lang op wachten. Voor de gang van zaken in de afgelopen jaren zie hieronder. |
||
|
|
‘Woekeren met de ruimte. Nieuw licht op de middeleeuwse plannen voor zuidwaartse voltooiing van het Domschip in Utrecht’, Bulletin KNOB 111 (2012) 133-141 Aan de hand van afbeeldingen stelt de auteur, Pepijn van Doesburg, vast dat het domkapittel aan het eind van de vijftiende eeuw plannen had om het schip van de dom te verbreden. Hiervoor stond echter de Heilig-Kruiskapel, toebehorend aan het kapittel van Oudmunster, in de weg. Ook een tweede plan om rakelings langs de kapel heen te bouwen is niet uitgevoerd, ofwel omdat laatstgenoemd kapittel zijn medewerking heeft geweigerd of omdat het plan door het keren van het financiële tij rond 1525 niet meer haalbaar was. |
||
![]() |
Publicatie: De nalatenschap van de Paulusabdij in Utrecht Deze op 25 januari 2012 gepresenteerde bundel bestaat uit artikelen die voor het grootste deel gebaseerd zijn op lezingen die gehouden werden op een in 2009 gehouden symposium. Hij bevat verschillende boeiende bijdragen voor belangstellenden in de kerkelijke geschiedenis van stad en bisdom Utrecht. Belangrijk voor het op deze webpagina behandelde thema is de bijdrage van bouwhistoricus Hein Hundertmark, ‘Naar Adelbolds voorbeeld. De kerken van bisschop Bernold’. Hierin geeft de auteur niet alleen, met behulp van een driedimensionale reconstructie, een nieuw beeld van de door bisschop Adelbold (1010-1026) gebouwde kathedraal (1017-1023), maar besteedt hij ook aandacht aan oudere bebouwing op de plaats van deze domkerk. Bij onderzoek hiernaar aan de hand van oude opgravingsverslagen is het westwerk van een ouder kerkgebouw aan het licht gekomen, dat de auteur in de tiende eeuw onder bisschop Balderik (918-976) dateert. Wij zijn geneigd hierbij eerder te denken aan een Karolingische dom. De auteur van het artikel rekent af met het idee van de architectuurhistoricus Aart (A.J.J.) Mekking dat de architectuur van de dom van Adelbold ontleend zou zijn aan de Sant’ Appolinare in Classe in Ravenna. Hij beargumenteert dat de architectuur van de Sint-Maartenskerk in Emmerik en de onder bisschop Bernold (1027-1054) tot stand gekomen Utrechtse kerken van Sint-Pieter, Sint-Jan, Sint-Paulus, en de Sint-Lebuinuskerk in Deventer, is ontleend aan die van Adelbold. Bij dit alles kan volgens hem de tweede abdijkerk van Cluny als voorbeeld hebben gediend. Zie voor veronderstelde, maar zelden geconcretiseerde invloeden van deze belangrijke Franse abdij in Utrecht evenwel de bijdrage van Charlotte (C.J.C.) Broer, ‘Sporen van Cluny?’, in deze bundel. Hundertmark reconstrueert de Adelboldkathedraal voor een aanzienlijk deel aan de hand van de Bernoldkerken en zegt vervolgens dat die Bernoldkerken ontleend zijn aan de dom van Adelbold. Dat is een cirkelredenering. Hiermee bedoelen we overigens niet te zeggen dat de Bernoldkerken níet de dom van Adelbold als voorbeeld hebben gehad. Verder is het aantal onbekende elementen bij een dergelijke reconstructie zo groot dat zij nooit een betrouwbaar beeld van de werkelijkheid kan opleveren. Voor onderbouwing van dit laatste zie de webpagina Is meten altijd weten? In het betoog van Hein Hundertmark – en in de inleiding bij de bundel van Hans (J.A.) Mol – wordt ook de onvermijdelijke mythe van het Utrechts kerkenkruis weer opgevoerd. Hundertmarks overtuiging dat er al vóór Adelbold kerken op deze plaats hebben gestaan – die ingaat tegen die van met name de oud-stadsarcheoloog van Utrecht Tarq (T.J.) Hoekstra – waaronder waarschijnlijk ook de eerste Utrechtse kerk, begroeten we met instemming. Daarvoor bestaan namelijk voldoende archeologische en historische aanwijzingen. We citeren Hundertmark over de twee eerste kerken: ‘De
beide opeenvolgende kerkjes zijn niet aangegeven omdat archeologische
informatie ontbreekt, wat het gevolg lijkt van de verstoringen door de
aanleg van de fundering van de romaanse Dom en de bouwputten voor de
schippijlers van de gotische Domkerk.’
Hierachter plaatst hij echter een noot met de volgende inhoud: ‘Dit
beeld moet mogelijk worden bijgesteld na de heropgraving die in de
zomer van 2011 – kort voor de afronding van dit
artikel – heeft
plaatsgevonden op het Domplein. Daarbij zijn onder de strokenfundering
van de Dom van Adelbold resten van oudere funderingen aangetroffen,
waarvan de oudste aan de hand van een muntvondst kon worden gedateerd
vóór het laatste kwart van de zevende eeuw. Naar het zich nu (september
2011) laat aanzien gaat het hier om een fragment van het kerkje van
Dagobert.’
Hiermee lijkt het beeld dat de middeleeuwse geschreven bronnen geven te worden bevestigd en lijkt tevens de – tegen deze gegevens in geponeerde – opvatting van de Utrechtse stadsarcheoloog Hoekstra definitief te zijn gelogenstraft. Hundertmarks artikel in de bundel biedt aldus, ondanks onze kritiekpunten, zonder meer een belangrijke bijdrage aan onze kennis van het kerkelijk centrum van de Noordelijke Nederlanden in de Middeleeuwen. De publicatie staat onder redactie van Hildo van Engen en Kaj van Vliet, bevat een indleiding van Hans Mol, is uitgegeven door Verloren in Hilversum en telt 318 pagina’s. De prijs bedraagt € 29,-. Het ISBN-nummer is 978-90-8704-223-3. |
||
![]() |
Publicatie: De Dom van Utrecht in de zestiende eeuw. Inrichting, decoratie en gebruik van de katholieke kathedraal Op 23 juni 2006 is Arie de Groot aan de Vrije Universiteit gepromoveerd op een studie van de inrichting van de domkerk in de zestiende eeuw. Recentelijk is er een handelsuitgave van deze dissertatie verschenen. Zij werd gepresenteerd op 1 december 2011 in de Michaëlskapel in de domtoren en aangeboden aan ds. Netty de Jong-Dorland, predikant van de domkerk, en Frans Kipp, bouwhistoricus van de gemeente Utrecht. Na een kort overzicht van de geschiedenis van de dom als kathedraal volgt een hoofdstuk over de beheerders en gebruikers van het gebouw: zij gaven meestal de opdracht om de kunstvoorwerpen te maken. Daarna wordt de inrichting van het kerkgebouw heel precies beschreven: alles wat er in het koor aanwezig was, de altaren in de rest van de kerk, de andere voorwerpen met een liturgische functie, muurschilderingen, tekstborden, gebrandschilderde glazen en graven. Ook de bijgebouwen rond de kerk komen aan bod. Een apart hoofdstuk gaat over het dagelijks functioneren van de kathedraal in de Late Middeleeuwen. Tot slot bevat het boek overzichtslijsten van de gebrandschilderde glazen en van de graven. De publicatie is uitgegeven op A4-formaat door de Stichting Voorbereiding Herbouw Schip Domkerk Utrecht, telt 471 pagina’s, vele afbeeldingen en uitvoerige indices. De prijs bedraag € 49,50. Het ISBN-nummer is 978-90-817552-0-7. |
||
![]() Afb. 8. Plattegrond van de laatste, derde-eeuwse fase van het Romeinse castellum. In dunne lijnen is de tegenwoordige bebouwing aangegeven. 1 = via principalis; 2 = via praetoria; A = Romeins hoofdgebouw; B = tempeltje?; C = tegenwoordige domtoren; D = restant (dwarsschip en koor) van de domkerk. Op de plaats van het verdwenen schip van de domkerk – aan de kruising van de via praetoria en de via principalis – stond in deze periode een rechthoekig gebouwtje, mogelijk een tempeltje (B). Dit is precies de plaats waar in de zomer van 2011 weer opgravingen werden uitgevoerd.
|
Opgravingen in de zomer van 2011 Vanaf eind mei 2011 heeft er – voor het eerst sinds 1993 – weer een archeologische opgraving plaatsgehad op het Domplein. Dit gebeurde als voorbereiding op de inrichting van een ondergronds bezoekerscentrum op de plaats van het verdwenen schip van de domkerk, en wel precies waar ook in 1949 gegraven is door de archeoloog Albert Egges van Giffen. Dit is ten noorden van de voormalige Heilig-Kruiskapel, tussen de rijweg die langs de domtoren loopt en het oorlogsmonument. Het grootste deel van wat daar werd aangetroffen is vanzelfsprekend bij de opgraving van 1949 verdwenen, maar men hoopte in de teruggestorte aarde nog vondsten aan te treffen. Al direct na het begin van de nieuwe opgraving op het Domplein zijn in het teruggestorte materiaal van de vorige opgraving twee vroegmiddeleeuwse muntjes gevonden. Het gaat om zilveren Friese nabootsingen van tremisses van de muntmeester Madelinus, van wie aangenomen wordt dat hij tussen circa 635 en 650 muntsloeg in Dorestad. Zie het bericht van 8 juli 2011 op de website Initiatief Domplein. Uit een tussentijdse korte televisiereportage en een bijgaand persbericht van 24 augustus door RTVUtrecht blijkt dat er inderdaad ook aandacht wordt geschonken aan de profielen. Het onderzoek, dat voortduurde tot en met 10 september 2011, heeft diverse vondsten uit de Romeinse tijd en de Middeleeuwen opgeleverd. Zo werd er een stuk hout van een Romeinse weg gevonden. Zie verder ook een eerder persbericht – van begin juni 2011 –, de laatste Nieuwsbrief Domplein en vooral onze webpagina Van tempeltje tot kathedraal, waarin de stand van het onderzoek tot nu toe wordt weergegeven. Ook de Universiteit Utrecht heeft in augustus nog wat gegevens met verwijzingen naar enkele webpagina’s geplaatst, waaronder panoramische opnamen van de opgravingsput. Ter afsluiting van de opgraving werd zelfs er zelfs een galavoorstelling met... de voetbalclub FC Utrecht gehouden. Dit brengt nog eens het optreden van de archeoloog prof. dr. Antonie E.J. Holwerda, directeur van het Museum van Oudheden in Leiden, in herinnering. Deze beweerde stellig dat Utrecht geen Romeins verleden had. Toen hij bij de eerste opgraving in 1929 zelf in de put naast het onmiskenbaar Romeinse muurwerk stond, schopte hij er als een voetballer tegenaan en zei zo ongeveer: ‘Dit komt allemaal uit Vechten’. Maar de voetballers van de FC Utrecht zullen, voor zover nodig, na hun bezoek zeker van het Romeinse verleden van ‘hun’ stad overtuigd zijn geraakt. |
||
![]() Archeoloog Robert Hoegen geeft een toelichting bij de vroegmiddeleeuwse bouwresten in het profiel. ![]() Het noord-zuidprofiel, gedeeltelijk afgedekt met folie. De fundamenten die waarschijnlijk behoord hebben tot de dom van Adelbold van 1017-1023 zijn door middel van de rechthoekige natuurstenen blokken duidelijk te onderscheiden van een daaronder gelegen fundering van veldkeien die mogelijk van de Karolingische dom waren. ![]() Detail van de onderste lagen van het profiel met wellicht de lagen die door Van Giffen voor laat-Romeins en door de archeologen Ozinga en De Weerd voor vroegmiddeleeuws werden gehouden. Foto’s M.W.J. de Bruijn 9 september 2011. |
In een artikel in NRC
Handelsblad
van 1 september 2011 vertelde senior-archeoloog Robert Hoegen al het
een
en ander over de resultaten van het onderzoek. Zo sloot hij ‘op
basis
van de nu uitgegraven fundering van de Romaanse Dom uit de tiende eeuw’
niet uit ‘dat de eerste kerk van Utrecht hier stond’. Ook was
volgens
hem zeker – wij citeren wederom – ‘dat de
koning der
Franken, Dagobert, in de zevende eeuw een kerkje voor Sint Thomas
bouwde op de resten van het castellum, het Romeinse fort dat het begin
was van het Domplein. Het kerkje werd verwoest door de Friezen. In 695
herstelde Willibrord het en maakte Sint Maarten tot de beschermheilige.
Mogelijk is het de voorloper van de Maartenskerk, de huidige gotische
Domkerk, maar al sinds 1949 debatteren onderzoekers over de plek van
die kerk.’ Wat de vroegere kerkelijke bebouwing betreft heeft de vroegere stadsarcheoloog van Utrecht Tarq Hoekstra met enige stelligheid ontkend dat er op deze plaats vóór de bouw van de dom van Adelbold tussen 1017 en 1023 een kerk gestaan heeft. Op 9 september 2011 hebben we de opgraving bezocht. Tot onze grote verrassing bleken de teruggevonden bouwresten veel omvangrijker te zijn dan uit de weinige en dan nog summiere publicaties van Van Giffen was gebleken. Tussen de zeer diep ingegraven laat-vijftiende-eeuwse bakstenen pijlerfunderingen van de gotische dom vertoonde zich onder meer een noord-zuidprofiel met bijna tweeduizend jaar geschiedenis, waarvan mogelijk bijna veertienhonderd jaar kerkelijke bouwgeschiedenis. Aan de hand van de uitleg van archeoloog Hoegen volgen hier – uiteraard onder het grootst mogelijke voorbehoud – enkele bevindingen. De fundamenten van de dom van Adelbold van 1017-1023 zijn duidelijk te onderscheiden van een daaronder liggende laag veldkeien, die deel zullen hebben uitgemaakt van een oudere kerk. Wij zijn geneigd hierbij te denken aan de Karolingische dom. Hieronder bevinden zich enkele lagen met puinresten die wellicht samenvallen met de onderste lagen van wat Van Giffen periode VI noemde. Deze lagen werd door hem als laat-Romeins beschouwd, maar de archeologen Bert Ozinga en Maarten de Weerd interpreteerden deze in hun publicatie Het Romeinse castellum te Utrecht als vroegmiddeleeuws. In deze bouwresten is een nagebootste Madelinusmunt aangetroffen, die gedateerd kan worden in de tweede helft van de zevende eeuw. Op 14 september 2011 verscheen er een bericht op DeStadUtrecht.nl over het afsluiten van de put. Tijdens een rondleiding op 15 januari 2012 door vertegenwoordigers van het Initiatief Domplein werd onder andere meegedeeld dat zich beneden het niveau van de Romaanse dom waarschijnlijk nog twee gebouwen hebben bevonden. Deze conclusie zal getrokken zijn op basis van de resultaten van de recente opgraving. Een nog groter verrassing leverde een artikel op van Hein Hundertmark, bouwhistoricus bij de afdeling Erfgoed van de gemeente Utrecht. Dit artikel verscheen op 25 januari 2012 in een bundel over de nalatenschap van de Sint-Paulusabdij (zie hierboven). In dit artikel wordt vooruitgelopen op het archeologisch onderzoeksverslag, zij het op nogal summiere wijze. In ieder geval wordt er in dit artikel min of meer van uitgegaan dat de oudste kerk op deze plaats heeft gestaan, maar wordt tevens op dezelfde plaats het vermoedelijke westwerk gereconstrueerd van een kerk, die aan de dom van Adelbold voorafging en door de auteur aan bisschop Balderik (918-976) wordt toegeschreven. We gaan uitgebreider op dit artikel in op onze webpagina’s De Karolingische dom en Van tempeltje tot kathedraal. Kortom, hiermee is het behalve historisch – dit wil zeggen op grond van de geschreven bronnen – ook archeologisch gezien een stuk zekerder geworden dat op deze plek de eerste, omstreeks 630 door de Frankische koning Dagobert gebouwde en aan de apostel Thomas gewijde kerk heeft gestaan en niet – zoals we al in 1992 bestreden hebben – op de plek van of zelfs identiek met de Heilig-Kruiskapel. De Sint-Thomaskerk werd na verwoesting door de Friezen rond 650 in later tijd, waarschijnlijk rond 720, door aartsbisschop Willibrord vanaf het fundament herbouwd en aan Sint-Maarten gewijd. Vanzelfsprekend wachten wij het opgravingsverslag met spanning af. We hopen dat de rapporten van Van Giffen, die niet alleen profielen maar ook vlakken heeft gezien en geanalyseerd, hierin geïntegreerd zullen worden meegenomen. Het nadeel van de recente opgraving is namelijk dat hierbij niet of nauwelijks vlakken gezien konden worden. Zie voor een overzicht van de bebouwing op deze plaats vooralsnog onze webpagina’s De eerste kerken, Van tempeltje tot kathedraal en De Karolingische domkerk. Voor een algemeen, in de context geplaatst overzicht van de vroege kerken in Utrecht verwijzen wij naar onze nog verkrijgbare publicatie Bonifatius en de kerk van Nederland uit 2005 en onze webpagina Bonifatius als bouwer van de Sint-Salvatorkerk. |
||
![]() Aanhef van de brief van Bonifatius in het oudst bewaarde, achtste-eeuwse afschrift. Voor de volledige tekst, vertaling en nadere gegevens zie onze webpagina Bonifatius als bouwer van de Sint-Salvatorkerk. |
In het voorjaar van 2011 verschenen artikel: ’Utrechts oudste kerk en Dagobert. Vraagtekens bij een brief van Bonifatius’ In Millennium, tijdschrift voor middeleeuwse studies 24 (2010) nr. 2, 95-112, is een artikel opgenomen van de mediëvist Wolfert van Egmond, deelnemer aan het hieronder genoemde project ‘Schatten van het Domplein’. De auteur acht het mogelijk dat de eerste Utrechtse kerk niet is gesticht en aan Keulen geschonken door de Frankische koning Dagobert I (623-638/39), maar door koning Dagobert II (676-679). Hij vindt zelfs laatstgenoemde ‘minstens zo’n goede kandidaat’. Verder stelt hij onder meer dat de strijd tussen de bisschop van Keulen en aartsbisschop Bonifatius over de Utrechtse kerk, die na het overlijden van aartsbisschop Willibrord in 739 gewoed heeft, niet is begonnen door de Keulse bisschop, maar dat het initiatief is uitgegaan van Bonifatius. Van Egmond noemt hem ‘ernstig vooringenomen’ en agressiever dan tot nu toe werd aangenomen. Hoewel dit niet uitgesproken wordt, is dit artikel een reactie op onze standpunten over de rol die Bonifatius ten aanzien van de Utrechtse kerk gespeeld heeft. Wij achten die aanmerkelijk positiever dan Wolfert van Egmond. Zie over onze opvattingen de webpagina Bonifatius als bouwer van de Sint-Salvatorkerk. Op de (on)aannemelijkheid van Van Egmonds stellingen gaan we in op de webpagina De bouw van Utrechts eerste kerk en de vooringenomenheid van Bonifatius. |
||
|
Hieronder onze eigen bijdragen aan het onderzoek naar de geschiedenis van het Domplein en zijn omgeving. Op deze webpagina's vindt u de relevante bronnen en literatuur. De burcht Trecht ◄ Over de belangrijkste middeleeuwse burcht in de Noordelijke Nederlanden De eerste kerken ◄ Overzicht van de eerste kerken die er in de vroege middeleeuwen in Utrecht zijn gebouwd Van tempeltje tot kathedraal ◄ Romeinse en vroegmiddeleeuwse bouwresten onder het verdwenen schip van de domkerk De Karolingische domkerk ◄ Zijn de forse funderingen onder het verdwenen schip van de domkerk negende-, tiende- of elfde-eeuws? Bonifatius als bouwer van de Sint-Salvator ◄ Over de betekenis van Bonifatius voor de Utrechtse kerk De bouw van Utrechts eerste kerk en de vooringenomenheid van Bonifatius ◄ Reactie op een artikel van W.S. (Wolfert) van Egmond, dat impliciet kritiek op onze opvattingen levert Geschiedvervalsing door het Utrechts domkapittel ◄ Over de vervalsingen die het Utrechts domkapittel pleegde om voor de moederkerk van Utrecht te kunnen doorgaan De Heilig-Kruiskapel ◄ De tiende-eeuwse Heilig-Kruiskapel en haar relatie met Willibrord De oude en de nieuwe domtoren ◄ Over de situering van de oude en de nieuwe dom- of Sint-Maartenstoren Het bisschopshof in Utrecht. Bouwstenen voor de reconstructie ◄ Over het zuidwestelijk deel van de Utrechtse burcht Wed 3A-9 ◄ Over een gemeenschappelijk kapittelgebouw van Sint-Salvator of Oudmunster uit het begin van de dertiende eeuw De vicus Stathe ◄ Over de ligging van de belangrijkste middeleeuwse handelswijk van de stad Utrecht Het zogenaamde Utrechtse kerkenkruis ◄ Over de mythe van het Utrechts kerkenkruis De Sint-Paulusabdij en haar jurisdictie ◄ Over de rechtspraak die er in de middeleeuwen in en door de Utrechtse Sint-Paulusabdij werd uitgeoefend Een claustraal huis ◄ Over een claustraal huis van het kapittel van Sint-Jan in Utrecht Is meten altijd weten? ◄ Over de beperkingen van driedimensionale reconstructies van verdwenen historische bebouwing |
Onderzoeksproject: Schatten van het Domplein Naast ons langdurig en uitgebreid onderzoek is er in 2008 een onderzoeksproject gestart in een samenwerkingsverband van de Universiteit Utrecht, de gemeente Utrecht (afdeling Stedenbouw en Monumenten), de Stichting Domplein 2013 en Erfgoed Nederland. Onder de titel ’Schatten van het Domplein’ (Reconstructing Roman and Early Medieval Utrecht: New Approaches) zijn er deelprojecten geëntameerd, waarvan er enkele het Domplein zelf als onderwerp hebben:
Binnen het eerste thema is onderzoek verricht naar het hergebruik van de defensieve resten (greppels, muren en torens) van het Romeinse castellum. De bouwkundige samenhang tussen de verschillende kerkgebouwen Binnen het tweede thema werden de funderingssporen onder de elfde-eeuwse domkerk heronderzocht. Dit leidde tot de conclusie dat we hier zeer waarschijnlijk te maken hebben met de tiende-eeuwse domkerk van bisschop Balderik. Een gevolg is dat de focus van het project zich verlegde van de elfde naar de tiende eeuw. De typologie van de teruggevonden kerkplattegronden Het onderzoek binnen het derde thema heeft zich geconcentreerd op bovengenoemde tiende-eeuwse fase van de domkerk. Parallel aan de deelonderzoeken loopt de voltooiing van het proefschrift van de uitvoerder Raphaël Rijntjes over de Heilig-Kruiskapel, een van de drie kerkgebouwen die tot de Reformatie het kerkencluster op het Domplein vormden. Dit proefschrift stond gepland voor 2011, maar was in mei 2013 nog niet verschenen. Ook de publicatie van de uitwerking van bovenstaande thema’s laat nog op zich wachten. Zoals hierboven vermeld gaan wij er op grond van de geschreven bronnen vooralsnog van uit dat er in de tiende eeuw geen nieuwe kerk gebouwd is, maar dat we te maken hebben met de Karolingische domkerk uit de achtste of negende eeuw. Bovendien lopen er in het kader van ‘Schatten van het Domplein’ nog drie contextuele deelprojecten:
Verder zijn er drie kleine symposia over de onderzoeken gehouden, waarbij voorlopige resultaten zijn bekendgemaakt. Vanzelfsprekend zien wij met grote belangstelling uit naar de definitieve uitwerking. Samenvattend gaat het hierbij om:
|
||